DESERT HIGHWAYS :  Waar wil de weg heen?

Regen, sneeuw en intense kou jagen ons in het vroege voorjaar van 2018 weg uit Capitol Reef. Via de Boulder Mountain Pass zijn we, een paar dagen eerder dan gepland, op weg naar Escalante om in twee gebieden te gaan hiken waar we 29 jaar geleden ook onze voetstappen achterlieten. We hopen dat de weersomstandigheden dit daar wel toelaten. Op de 9600 feet hoge summit (2926 meter) van de Pass bewonderen we het besneeuwde landschap en zien we hoe bij tijd en wijle de in de dalen hangende vette wolken zich tegen de hellingen omhoog worstelen om voor een vers pak sneeuw te zorgen.

Aspen Trees

Tijdens onze eerste reis door het zuidwesten van de USA in 1989 reden we eveneens in het vroege voorjaar van Capitol Reef naar Escalante via de Boulder Mountain Pass. Langs de kronkelende bergweg rijdend maakten vooral de dicht naast elkaar staande Aspen trees zo’n grote indruk op ons dat dit beeld nooit van ons netvlies is verdwenen. Grote groepen Aspens hebben smalle witte stammen met vertakkingen vanaf de grond. Daar tussenin staan exemplaren die, met hun volle kruin, dikkere stam en spierwitte kale bast vol ‘ogen’,  ver boven de andere bomen uitsteken. Aspens zijn snelgroeiende bomen die wel 21 meter hoog kunnen worden. In het wild – dus ook hier – zorgen grote aantallen zaailingen ervoor dat in sommige regio’s complete bossen ontstaan. Dat de bomen op deze berghellingen zo’n compacte groei vertonen wijten wij aan het feit dat het Aspen-grut zo talrijk is dat er voor elke boom afzonderlijk maar weinig ruimte beschikbaar is. Ik denk dat ze die ruimte enkel vinden door de hoogte in te gaan. Maar misschien is dat helemaal niet waar en staan ze enkel zo dicht opeen om elkaar een beetje warm te houden. Op een hoogte van bijna 3000 meter duren de winters immers erg lang.  

Of er nu wel sneeuw ligt of niet, in de winter zorgen de dicht opeenstaande kale dunne stammen van de Aspens voor een grijzige waas die de harde winterse helling-lijnen verzachten.
De wind zorgt in het vroege voorjaar voor continue jolig bewegende jonge boomblaadjes, die een geluid produceren dat vergelijkbaar is met de opgewonden stemmetjes van groepen kinderen die de wereld aan het verkennen zijn.
Geen idee hoe de bomen er tijdens de zomermaanden uitzien. In dat jaargetijde zijn we nooit in de USA zijn geweest.
Tijdens de herfst trekt de Aspen-populatie eerst alle registers open om te laten zien wat Indian Summer betekent. Wanneer de vorst vervolgens een einde maakt aan dit geel-gouden en rood-oranje spektakel en losrakende blaadjes zich bij eerder gevallen ‘familieleden’ voegen, dan trekt de boom zich terug in zijn winterslaap totdat de voorjaarszon zijn dromen ontdooit.

Scenic Byway 12 – Hogback Ridge

Een deel van Scenic Byway 12 waarover we naar Escalante rijden, leidt over een lange bergkam die Hogback Ridge (varkensrug) wordt genoemd. Een uiterst smalle slingerende weg met zowel links als rechts steil afvallende hellingen en waar ook nog eens vangrails en bermen ontbreken.

Met de nodige kriebels in mijn buik houd ik mijn ogen strak op het asfalt gericht, terwijl Thei me enthousiast vertelt wat er allemaal te zien is. Genieten van de fascinerende uitzichten doe ik pas als ik een grotere parkeerruimte zie waar ik ook uit durf te stappen. Op die plekken strekt de wereld zich aan de ene kant uit tot aan besneeuwde bergen en aan de andere kant wordt de dikke golvende blauw-grijze horizon door heuvels en canyons gevormd. De heldergroene S die zich als een slang door de gortdroge canyon naast de Hogback Ridge slingert wordt gevormd door de frisgroene bladeren van de langs de Escalante River groeiende Cottonwood trees.

Voordat we in Escalante een motel uitzoeken informeren we in het nieuwe Visitor Center eerst of, de dirt roads in de omgeving, vanwege de extreme weersomstandigheden, überhaupt berijdbaar zijn. Daar krijgen we te horen dat voor de ‘Hole in the Rock Road’ – dat is de dirt road die o.a. naar Devils Garden leidt – tot gisteren een ‘no go’ werd uitgegeven. Uitgezonderd een paar lastige plekken zal het vandaag waarschijnlijk wel meevallen volgens de Rangers in het Visitor Center.

De receptie van het Circle D motel is open en de eigenaar heeft een kamer voor ons. Als we hem vertellen dat we hier 29 jaar geleden ook logeerden, dan gaat de prijs voor ‘goede klanten als wij’ gelijk met 15,- dollar naar beneden. In ruil voor deze ‘terugkeer-korting’ geven we de bejaarde eigenaar een paar Delfts-blauwe klompjes cadeau en maken hem daarmee subiet zielsgelukkig. We brengen onze bagage naar binnen, eten een kleine sandwich en gaan op weg naar Devils Garden.

Devils Garden

De 13 mijl (21 km) lange dirt road naar dit gedeelte van Grand Staircase Escalante is grotendeels redelijk berijdbaar, maar kenners weten dat het rijden op een wasboard road geen echt genoegen is. Vanwege grote gaten, puntige keien, los zand en blubber moet ik mijn ogen op de weg gericht houden en steeds bijsturen.

HOLE IN THE ROCK-1

HOLE IN THE ROCK-2

Devils Garden is weliswaar iets drukker geworden sinds eind jaren tachtig, maar gelukkig voor de rest niet veel veranderd. Het overgrote deel van de toeristen heeft meestal geen zin in de lange oncomfortabele rit ernaartoe. Bijna twee uur kunnen we in deze bijzonder plek van gebeeldhouwde slickrock en hoodoos rondstruinen. Als voorzichtige druppels ons erop attent maken dat de wolken boven onze hoofden graag wat water willen loslaten, sprinten wij naar de auto. We hebben geen zin in een glijbaan van 13 mijl en vliegen met grote snelheid over de ribbels van de washboard road naar de geasfalteerde weg.

Calf Creek Falls

Regen en sneeuw hebben er de afgelopen dagen voor gezorgd dat hiken beperkt is gebleven tot korte wandelingetjes. Vanmorgen is het dan eigenlijk zover. Al vroeg gaan we op weg naar Calf Creek Falls, een hike die we bijna dertig jaar geleden ook maakten. Ik heb geen idee hoeveel mijl we destijds liepen, maar Thei heeft gelezen dat het een hike van 5 mijl is. Goed te doen voor ongeoefende Gulpenaren die de wandelschoenen al twee jaar niet meer hebben gedragen. Al snel krijgen we in de gaten dat dit alleen de route náár de Falls is.

CALF CREEK FALLS

Het is onze eerste langere hike op 2000 meter hoogte en onze conditie is nul. Truien zijn voor vandaag te warm, en de overhemden met lange mouwen zitten nog in het koffer. Wij zijn zielsblij met de Santa Fe blauwe lucht en de zon verheugt zich er enorm op om onze kelder-witte armen een lekker rood kleurtje te geven. De hike is een gevarieerde oefening van ploegen door los zand en klimmen c.q. dalen over een rotsig pad, maar onze ongeoefende spieren houden dapper vol.

De waterval van Calf Creek is zo fascinerend mooi dat mijn herinneringen aan de eerste hike subiet uit mijn geheugen worden gewist en vervangen worden door het spel dat de zon vandaag met het water op de met algen begroeide rotsen speelt. Calf Creek Falls is een schilderij in beweging en ik ben blij dat mijn ouwe camera de beelden van de kristalheldere waterdruppels op zo’n manier kan vastleggen dat de beweging van het vallende water bijna zichtbaar en hoorbaar wordt.

We zoeken een schaduwrijk plekje onder de bomen om onze sandwiches op te eten. Pas wanneer er plotseling iets op mijn sandwich valt net voordat ik een hap neem, krijgen we in de gaten dat de bomen vol rupsen zitten. Als jarenlange vegetariërs behoeden we snel onze sandwiches voor vallend vlees en ont-rupsen elkaars haren en kleding voordat we, staand op een plek zonder groen bladerdak, de laatste happen van onze lunch verorberen. De rustpauze is voorbij, we hijsen de rugzakken weer op onze rug, drinken veel water en zetten de eerste stappen op de vijf mijl die ons terugbrengen naar daar waar we vanmorgen zijn begonnen.

Kodachrome State Park

Moe maar zeer voldaan bereiken we de auto. Na kort overleg besluiten we niet nog een dag in Escalante te blijven, maar door te rijden naar Tropic waar we een goed motel vinden. We brengen onze koffers naar binnen, frissen ons even op en rijden naar het Visitor Center in Cannonville om te informeren naar de conditie van de dirt roads in Kodachrome Basin State Park. En aangezien die goed zijn rijden we naar het State Park. Blijkbaar komen wij op het juiste moment, kijken we op de juiste manier en staat de zon zo laat in de middag op de juiste hoogte om goede foto’s te kunnen maken. De prachtige lange dag besluiten we met een heerlijke maaltijd in het restaurant naast het motel. Geen geklungel vanavond met alweer een ander soort microwave.

Grosvenor Arch

Of we vandaag via de Cottonwood Road kunnen doorsteken naar Highway 89 is nog ongewis. Eergisteren hoorden we nog dat dit onmogelijk was. Maar gisteren vertelde een van de Park Rangers van Kodachrome Basin State Park dat de Cottonwood Road vandaag voor een 4-wheel drive geen grote problemen zou opleveren. Er zouden een paar lastige plekken zijn, zoals een grote poel water en een paar vette modderplekken waar een auto zich graag in vastrijdt. Het was echter plezierig dat ze de locatie van die plekken precies heeft aangegeven. 

DESERT HIGHWAYS

We besluiten het erop te wagen, verlaten Tropic en rijden via Cannonville tot aan Kodachrome State Park waar de verharde weg overgaat in dirt road. Grosvenor Arch, waar we graag het eerst naar toe willen gaan, is alleen bereikbaar via de eerste tien mijl van de Cottonwood Road. Mocht de conditie van de dirt road te slecht zijn, dan zullen we terugdraaien en overschakelen naar ons zoveelste alternatieve plan. De overschakeling blijkt niet nodig te zijn. De eerste tien mijl naar Grosvenor Arch hebben ons het vertrouwen gegeven dat we niet vast hoeven komen te zitten op de rest van de Cottonwood Road.

De indrukwekkende hoge boog geeft de Grosvenor Arch niet alleen een statige maar ook eenzame uitstraling. Hoe langer ik ernaar kijk hoe meer de grote rots gaat lijken op de resten van een burcht of tempel. We bekijken hem van alle kanten, maken ondanks het harde ochtendlicht mooie foto’s … en laten hem vervolgens weer met zijn eigen eenzaamheid alleen.

Cottonwood Road

De Cottonwood Road is een 46 mijl lange (77 km) platgereden zandweg, die hier en daar met stenen of gravel is verhard. Met een hogere snelheid rijden dan ca. 40 km per uur is gelukkig niet mogelijk. Op de hele route passeren ons twee auto’s en tegemoetkomend verkeer is er niet. Het grote voordeel van het rijden op dirt roads is vooral het ontbreken van zwermen toeristen.

SOUTHWEST

De weg zelf is op een paar plekken na, heel goed te berijden. En ik kan tijdens het rijden zelfs af en toe wat rondkijken. Dat was op de dirt road naar Devils Garden niet mogelijk was. Daar was het devies ‘ogen op de weg en slalommen om de scherpe stenen te omzeilen’. Om op de Cottonwood Road niet onverhoeds vast te komen zitten in modderplekken rijden we grotendeels in 4-wheel stand en dat zorgt voor een bepaald gevoel van zekerheid. De waardering voor deze forse auto wordt met de dag groter. Circa twee uur zijn nodig om van hieruit naar Highway 89 te rijden. Wij doen er vijf uur over. Auto uit, auto in. Naar de sportschool hoeven we voorlopig niet; eventuele overtollige kilo’s overleven onze manier van reizen echt niet.

Het eerste gedeelte rijden we kwijlend door de White, Pink en Vermillion Cliffs van de Cottonwood Canyon, terwijl we in het zuidelijke gedeelte het gevoel hebben op de bergachtige achterkant van de Maan te rijden of misschien lijkt het wel meer op Mars. Grijs glooiend en rotsachtig zwart. Een leeg land waar menigeen iets meer gas zal geven om zo snel mogelijk weer in de bewoonde wereld terecht te komen. Wij stappen nog vaker uit en dromen de dromen die Desert Dreamers gewoonlijk dromen.

Rond twee uur bereiken we Highway 89, we eten een broodje, drinken een slok (water) en rijden vervolgens naar Kanab. We kiezen voor hetzelfde motel waar we twee jaar geleden ook een paar dagen logeerden en rijden vervolgens naar het BLM Visitor center om te informeren of the North Rim van de Grand Canyon al bereikbaar is. Thei had ineens het lumineuze idee om twee dagen in Kanab te blijven en morgen naar de North Rim te gaan. Helaas, net als tijdens eerdere reizen, lukt dat ook nu niet. De North Rim gaat pas op 15 mei open. We besluiten om toch twee dagen hier te blijven en plannen om morgen in de Lick Wash te gaan hiken. Eerst over de verharde weg de Johnson Canyon inrijden en dan verder over de dirt road. We hebben foto’s van de Lick Wash gezien en we hopen er een mooie hike te gaan maken.

Lick Wash 

Komend vanuit Kanab en rijdend in de richting van Page slaan we na 11 mijl linksaf de Johnson Canyon Road in waar we in een ver verleden ook al eens zijn geweest. Destijds gingen we erheen om de kleurrijke hoge canyon walls langs de ± 20 mijl lange geasfalteerde weg te bewonderen, maar helaas haalde de grijze en zwaarbewolkte hemel toen alle kleur uit de hoge rotsen. Vanwege de regendreiging reden we toen niet verder dan waar het asfalt eindigt. Vandaag is de hemel ook bewolkt, maar we zetten deze keer de voet niet op de rem.

We rijden immers in een high clearance 4×4 Chevy. Op de T-splitsing waar de verharde weg overgaat in dirt road slaan we rechtsaf naar de Skutumpah Road die ons na ca. 20 mijl bij de Lick Wash brengt. Op een open plek staat een auto, maar er is geen mens te zien. En we zullen ook geen andere mensen zien totdat we na een paar uur weer terugkomen bij de auto. Lick Wash is een prachtige slot canyon. Tussen de hoge, bijna loodrechte rotsen lopen we in een (op dit moment) zo goed als droge bedding vol rotsblokken en de meest wonderlijke grote en kleinere stenen. Om rond te kijken en foto’s te maken is het raadzaam om stil te blijven staan. Lopen zonder naar de grond te blijven kijken betekent dat een enkel verzwikken een koud kunstje is. Dat kijken waar je loopt zorgt tegelijkertijd voor een mooie stenen-aanwinst. Thei helpt me zoals gewoonlijk bij het zorgvuldig uitzoeken van de meest bijzondere stenen, omdat hij terugdenkt aan de keren dat we aan het eind van eerdere reizen met zeer zware koffers naar huis terugkeerden. Maar hij loopt op de terugweg voor me uit en ik kan de exemplaren die ik in de bedding heb teruggelegd, met een brede grijns en vooral zonder wroeging weer oprapen en in mijn eigen zakken stoppen … voor de collectie in mijn atelier.

*) OMWEGEN-19 verschijnt op 1 juni 2021

Hij groet


Hij groet, de grote witte schim
die half verscholen achter vallend water
mijn gedachten onder woorden brengt

Hij groet, omdat ik hem kan horen
terwijl hij met die regenboog van kleuren
een golf van geuren en geluid vermengt 

Hij groet, hij blijft totdat ik heb geschreven
dat woorden dun doorzichtig worden
als tijd weer met duizend jaren wordt verlengd