Sonoran Heartbeat
Kapotmoe arriveren we, na 25 uur reizen, laat in de avond van 9 maart 2016 op het vliegveld Sky Harbor van Phoenix. De vluchten en de de lange wachttijden hebben op zijn zachtst gezegd de laatste jaren toch wel enige invloed gekregen op wat ons lijf kan verdragen. Maar allez niet mopperen. Als we morgen, met de rental car richting zuiden rijden zijn we de reis-stress gauw vergeten. We zaten in de middelste stoelenrij helemaal achterin het vliegtuig. Best lekker. Geen knieën van de reisgenoten achter je in de rug en geen gehijg in je nek. Nadeel van deze zitplaatsen is dat we weinig van Amerika onder ons hebben kunnen zien voorbijglijden. De landing was echter prachtig.
Rood … mooi rood, was de zonsondergang. Zover als we konden kijken vlamde de horizon en daarna verwelkomde Phoenix ons met miljoenen lichten … en 25 graden Celsius voegt Thei er droogjes aan toe. Met de shuttle worden we naar het Days Inn Motel gebracht. Het blijkt niet het door ons uitgezochte motel in Tempe te zijn, maar het door het reisbureau gereserveerde motel van dezelfde keten aan de East Van Buren. We logeerden er jaren geleden ook al eens. Geen topper. Maar wat maakt het uit als je moe bent en alleen maar wil slapen.
Al na een paar uur worden we weer uitgerust wakker. Een ervaring die we tijdens elke reis hebben. Het is iets wat we denken te horen … voelen … ruiken. Het moet de hartslag van de desert zijn die ons roept om vol energie aan het nieuwe avontuur te beginnen.
Dat we zo vroeg in het seizoen en route zijn heeft te maken met de plannen om dit keer grote gebieden langs de Mexicaanse grens in Arizona, New Mexico en Texas te gaan verkennen. Gebieden die in april al te heet zijn om er te gaan hiken. In sommige streken zijn we niet eerder geweest. Andere plekken bezochten we bijna twintig jaar geleden, in wat destijds nog het analoge tijdperk was. Een betere smoes om met de digitale camera op de buik terug te keren naar dit fascinerende stuk van de Southwest, kan ik niet bedenken.
Safe arrival / Safe arrival ellende
Bij binnenkomst in het motel ben ik vergeten naar de WiFi-code te vragen en ik constateer dat de ‘Safe Arrival’ mail, die de thuisblijvers van ons hadden moeten krijgen, nog in de uitbox zit. Gelukkig maar want de automatische Google corrector blijkt een erg vruchtbare duim te hebben. Van mijn melding ‘Safe Arrival’ heeft de corrector ‘Safe Arrival Ellende’ gemaakt. Heremetijd, ik zal mijn volgende mails voor verzending goed moeten nalezen. Google blijkt, ook in latere mails, weer in staat om de grootste kwatsj te schrijven. Er zou beslist consternatie zijn ontstaan als deze eerste mail zo bij de thuisblijvers was aangekomen. Ik verwijder het woord ‘ellende’ en verstuur de mail. Echter … een paar uren later blijkt dat Google blijkbaar een vooruitziende blik heeft gehad.
Een ‘lege’ voucher
Als we bij AVIS de door ons gehuurde rental car willen ophalen, krijgen we inderdaad een bak ellende over ons heen. We worden geconfronteerde met het feit dat de voucher die we van het reisbureau voor de gehuurde auto hebben gekregen, volledig leeg is. We begrijpen er niets van. Zoals altijd hebben we alle reispapieren en rekeningen bij ons. De AVIS functionaris bekijkt de nota van het reisbureau en ziet dat we voor de autohuur betaald hebben. Maar in het AVIS bestand is er NIETS betaald voor de autohuur. Érgens is iéts mis gegaan. We bellen het reisbureau en vertellen wat er aan de hand is. Zíj hebben de voucher bij TUI besteld en dáár wordt de voucher gemaakt. TUI is niet bereikbaar. We worden door AVIS voor de keuze gesteld: als we op weg willen gaan zullen we hier en nu een auto mèt alle verzekeringen moeten huren … en het volledige bedrag ervoor nogmaals betalen. Bij terugkomst zullen reisbureau en boeking-bureau met de billen bloot moeten. Hopelijk zal de pijn in onze portemonnee maar tijdelijk zijn .
Op weg naar Ajo
Met een vertraging van drie uur gaan we, een stuk lichter in de portemonnee en met een rode KIA Sorento onder de kont, eindelijk op weg naar Ajo. Via de I-10 rijden we een stukje zuidwaarts en nemen dan de afslag naar Maricopa. Als we direct naast de Highway in een groot winkelcentrum een Basha’s supermarket zien liggen, zwaaien we gelijk van de weg af en doen daar onze eerste grote inkopen voor de komende dagen. Verhongeren zullen we de eerste dagen in elk geval niet.
In Maricopa staat overal de Mesquite in bloei en de bermen tussen Phoenix en Ajo staan vol met felgele margrietachtige bloemen die de dorre woestijn omtoveren tot een goud-geel sprookje.
We melden ons in Ajo in het kleine motel La Siesta waar alle kamers bezet zijn. Omdat we aangeven dat we hier graag twee dagen zouden willen blijven wordt een van de kamerbewoners (waarschijnlijk een familielid van de eigenaar) tijdelijk uit zijn kamer verbannen. De kamer wordt voor ons in orde gebracht en intussen verkennen we Ajo en stellen vast dat het in 15 jaar tijd flink is gegroeid. Maar nog steeds is het een dromerige plek, ver van de grote steden, dichtbij de Mexicaanse grens. Het is heerlijk weer en bij een temperatuur van ± 26 graden en onder een strakblauwe lucht, leren onze benen weer wat lopen is. 
Ahhh-ho
Toen we in 2001 Ajo (uitgesproken als ahhh-ho) voor de eerste keer bezochten was het een dromerig stadje in the-middle-of-nowhere van zuid Arizona met nog geen 3000 inwoners, dat op een hoogte van 530 meter en in vogelvlucht ongeveer 50 km van de Mexicaanse grens ligt. Met zijn milde klimaat, lage luchtvochtigheid en heldere luchten, de flora en fauna van de Sonoran woestijn en de panoramische uitzichten is Ajo met zijn historische Spaanse koloniale revival-architectuur, een waar pareltje te noemen. De lokale bevolking grapt dat dit de plek is waar de zomer stiekem de winter doorbrengt,
Voor vervuiling en verstedelijking hoeft Ajo niet te vrezen. Het Tohono O’odham Reservaat, Cabeza Prieta Wildlife Refuge, Organ Pipe Cactus National Monument en de uitgestrekte stukken ongerepte Sonoran Desert die beheerd worden door het Bureau of Land Management (BLM) vormen als het ware een effectieve bescherming er omheen.
Ajo is een oase in de Sonorawoestijn waar trekvogels uitrusten tijdens hun reis, coyotes naar de maan huilen en de lente het land bedekt met een overvloed aan schitterende wilde bloemen. De rotsformaties van de nabijgelegen Crater Range zijn gebruikt als decor voor talloze Hollywoodfilms.
Historie van Ajo
Ajo werd in de jaren 20 van de vorige eeuw opgericht en ontworpen rond een aantrekkelijk Spaans koloniaal plein en twee fraaie witte kerken in adobe stijl. Op dit plein worden kunstbeurzen en straatmarkten gehouden, concerten gegeven, er wordt gedanst in het park en je kunt er genieten van lokale theateropvoeringen. Dit prachtige hart van de stad, samen met 98 van de vroegste woningen, werd eind jaren 90 opgenomen in het National Register of Historic Places.
Curley School and Street Art Alley
Even verderop in de straat van het plein staat het architectonische meesterwerk van de stad, de Curley School. De Curley School werd in 1919 gebouwd, in 1920 in gebruik genomen en vernoemd naar de plaatselijke mijnopzichter Michael J. Curley. Het gebouw werd verlaten nadat de mijnen rond Ajo begonnen te sluiten. Begin jaren 2000 werd het gebouw getransformeerd tot een bloeiend kunstcentrum met woon- en werkruimte voor 30 ambachtslieden en hun families. De 8,9 miljoen dollar kostende onderneming werd in juni 2007 voltooid. Kunstenaars uit het hele land krijgen hier de kans om hun inspiratie op te doen, genietend van zonnige dagen, helder licht en ongerepte landschappen. De Curley School werd in 2008 ook op het National Register of Historic Places geplaatst.
Hoe komt Ajo aan zijn naam?
Net ten oosten van Ajo ligt de Tohono O’odham Nation, de op één na grootste Indian Nation in de Verenigde Staten. Voordat de stad Ajo werd gevestigd, gebruikten de Tohono O’odham niet alleen water uit een reeks potholes in het gebied dat ze Mu’i Wawhia of Moivavi (vele putten) noemden, maar ook haalden ze uit de ertsrijke rotsen rode verfpigmenten. Mogelijk hebben de Spanjaarden de plaats vernoemd naar het gelijkluidende O’odham-woord voor verf (o’oho) en hebben de Mexicaanse mijnwerkers er later Ajo, het Spaanse woord voor knoflook, van gemaakt.
New Cornelia Mine
Ajo heeft een rijke traditie als voormalig kopermijn-centrum. Van 1910 tot 1985 werd er koper ontgonnen in dagbouw. De New Cornelia Copper Mine Pit is meer dan een mijl breed en 1.100 voet diep. De grote mijnput ten zuiden van de plaats, de slakkenhopen en de (drooggelegde) bezink-bekkens ten oosten domineren nog steeds het beeld van de stad. Na de sluiting van de mijn stortte de lokale economie in; ongeveer 45% van de inwoners trokken weg uit Ajo. Het aantal inwoners daalde van 5189 in 1980 naar 2919 in 1990. Koper en zilver waren de meest waardevolle mineralen die hier werden gedolven. De mijnen bleven inactief van ongeveer 1860 tot de jaren 1900, toen een stadsgebied werd gebouwd en een spoorlijn werd aangelegd naar Gila Bend dat 40 mijl (64 km) noordelijker ligt.
Natuurlijk krijgt de New Cornelia Mine van ons alle aandacht. We rijden en lopen om het hele gebied van de mijn heen. Nergens kun je binnen de afrasteringen komen om de ‘terrassen’ dichterbij te fotograferen. De terrassen, die door grote vrachtwagens werden bereden om de ruwe ertsen te transporteren, eindigen op het diepste punt in een grote stilstaande groene waterplas.
Gelukkig kan ik zo laat op de dag profiteren van het warme licht dat de kleuren in het mijnafval intenser maakt. Voorzichtig, de lens door de gaten van de omheining duwend, kan ik een aantal interessante en inspirerende foto’s maken. Het is bizar dat de natuur, die door de immer naar waardevolle ertsmetalen op zoek zijnde mens zo wordt mishandeld, voor mij zo’n inspiratiebron is. Ik kan, zelfs met de prachtigste foto’s, mooiste schilderijen en meest aangrijpende woorden, de schade niet ongedaan maken. Maar op mijn manier probeer ik zichtbaar te maken wat de doorsnee mens niet ziet of wil zien: haar schoonheid.
Tijdens deze foto shoot kan ik het niet nalaten om de eerste stenen weer te verzamelen, met name de prachtige turquoise exemplaren – koper dus.
Schroeploemele en stoppelbaard
Lieve reacties en waardevolle adviezen vinden we de volgende dag in de mails van het thuisfront. Het wordt niet vreemd gevonden dat we er als ‘schroeploemele’ (ABN dweilen) uitzagen na de lange reis. Er wordt aangeraden om, indien mogelijk, in kopstand te gaan slapen zodat de vouwen,
rimpels en verdere oneffenheden in het lijf weer terechtkomen op de plekken waar ze thuishoren. En vanwege de financiële aderlating bij AVIS wordt ons aangeraden om ‘eens eindelijk de boot te gaan verkopen …’
Verder constateert Thei dat hij zijn scheerapparaat niet kan opladen en dat hij zich dus niet kan scheren. Twee jaar geleden kocht hij in Santa Fe een Amerikaanse Philishave nadat het scheerblad van zijn Braun het had begeven. Bij thuiskomst kocht Thei een nieuw Braun scheerblaadje en ’de Amerikaan’ bleef in de kast liggen, wachtend op een volgende reis naar the Southwest. Omdat ik tijdens het inpakken van de koffers dacht dat de standaard waar de Philishave in zat slechts een decoratieve functie had, bleef het ding in de kast liggen. Het ’ding’ blijkt de oplader te zijn. Wat nu?
Why en Why not
Breed grijnzend gaan we echter zorgeloos op pad naar het 11 mijl (± 18 km) ten zuiden van Ajo gelegen ‘stadje’ Why, dat in Nederland niet eens onder de benaming gehucht zou zijn terug te vinden.
Why ?????
We vroegen ons in 2001 al af hoe Why aan deze naam is gekomen. Hebben de mensen, die zich hier vestigden, zich misschien op enig moment afgevraagd waarom ze hier überhaupt zijn gaan wonen? Onderstaande verklaring is wellicht net zo waar als de door ons zelf bedachte. Komend vanuit Ajo splits Highway 85 zich na elf mijl op als een Griekse Y. De ene poot is Hwy 85 die rechtdoor naar Mexico voert, de andere poot gaat als Hwy 86 richting Tucson. De Griekse Y wordt in het Engels uitgesproken als ‘Why’. Kan het simpeler en adequater?
In 2001 moesten we in Ajo tanken voordat we ergens naartoe wilden rijden. Dat hebben we vandaag ook gedaan. Maar wat schetst onze verbazing als we ontdekken dat Why tegenwoordig een tankstation heeft. Het heet …. ‘Why Not’.
Kapelletjes en kruisjes
Ajo Freeway is de vrije interpretatie voor de provinciale golvende en bochtige Highway 85 waar je soms tot 65 mijl (± 100 km) en soms niet meer dan 25 mijl (40 km) per uur mag rijden. Vandaag, evenals gisteren, ervaren we dat deze directe verbinding met Mexico een weg is voor ‘ware doodrijders’. Geen geduld hebben die machos achter het stuur. Ze halen in waar zelfs God zich vertwijfeld achter de oren zou krabben. Langs de weg zijn talrijke kapelletjes en kruisjes te vinden … en bloemen. De weg is omzoomd met miljoenen bloemen.
Organ Pipe Cactus National Monument
Ons doel voor vandaag is het Organ Pipe Cactus National Monument dat op slechts 33 mijl (± 53 km) ten zuiden van Ajo ligt, aan de grens met Mexico. Het is de enige plek in de Verenigde Staten waar grote aantallen Organ Pipe Cactussen (orgelpijpcactussen) groeien, hoewel hun verspreidingsgebied zich verder uitstrekt in het noordelijk deel van Mexico. Het ongerepte reservaat, dat door UNESCO tot internationaal biosfeer-reservaat is benoemd, wordt weinig bezocht. Dé plek voor ons om er minstens een dag te gaan hiken.
We doneren – ondanks het gat in onze portemonnaie – onze bijdrage van $ 80.- om de Nationale Parken in te stand te kunnen houden. Een jaar lang kunnen we nu elk Nationaal Park in de USA bezoeken. Organ Pipe National Monument hebben we ook al eens tijdens de analoge-foto-periode bezocht en we verheugen ons erop om ook de reusachtige Saguaros nu ook digitaal mee naar huis te kunnen nemen.
Organ Pipe Cactus
De Organ Pipe Cactus (Stenocereus thurberi) is een prachtig voorbeeld van de condities die cactussen nodig hebben om te floreren in de Sonorawoestijn. Net als zijn soortgenoten en andere woestijnbewoners is hij afgestemd op het ritme van de zon en de onregelmatige regenval. Deze warmte-minnende soort is te vinden op de naar het zuiden gerichte rotsachtige hellingen in het National Monument. Deze locatie is cruciaal tijdens de wintermaanden, wanneer strenge vorst de hele cactus kan doden. Temperaturen onder het vriespunt doden jong weefsel aan het uiteinde van de armen. Vorstschade is op de armen van de cactus zichtbaar als diepe groeven en hobbelige vormen. Als gevolg hiervan wordt het verspreidingsgebied van de OrganPipe Cactus grotendeels beperkt door vorst. In de zomer beschermt de cactus zichzelf tegen hitte en waterverlies door grote hoeveelheden water op te slaan in zijn vruchtvlees en zijn waterdichte huid te beschaduwen met zijn scherpe stekels.
De orgelpijpcactus kan meer dan 150 jaar oud worden en produceert zijn eerste bloem rond de leeftijd van 35 jaar. Deze cactussen groeien slechts ongeveer 2,5 inch per jaar, waarbij de grootste groei plaatsvindt tijdens de zomermoessons. De eerste 10 jaar is hij niet groter dan een paar inch en kwetsbaar doordat hij gemakkelijk wordt vertrapt door dieren of weggespoeld worden door zware moessonstormen. Zeer weinig Organ Pipe Cactussen zullen overleven voordat ze hun eerste arm krijgen rond de leeftijd van 30 jaar. Zodra dat gebeurt is de plant groot genoeg om koudere temperaturen, droogte en verstoring gemakkelijker te weerstaan. De bedreigingen beperken zich dan tot ziekte, infectie of blikseminslagen.
Saguaros
De Organ Pipe Cactussen, de Prickly Pear, de Teddybear Cholla, de Engelmann Hedgehog, de Fishhook Barrel, de Ocotillo zijn prachtig en elke cactus heeft zijn eigen charme, zijn specifieke bloemsoort en bloemkleur.
Maar …. als ik de gemaakte foto’s later die avond terugkijk is duidelijk te zien dat de grote, de kleine, de jeugdige en de door ouderdom getekende Saguaros nog altijd mijn voorkeur hebben bij het fotograferen.
Waarom en hoezo?
Saguaros hebben geen kapsones. Vooral de oudere exemplaren vinden het blijkbaar interessant dat ik close-ups maak van al hun aftakelingsstadia . Zonder schroom geven zelfs de meest deplorabele reuzen ‘inzicht’ in wat ze in hun leven hebben meegemaakt. Ik vergelijk ze wel eens met mensen die, naarmate ze ouder worden en ze het niet nodig vinden om hun vouwen en kreukels te verbergen, uitdrukking geven aan wat zij in hun leven hebben ervaren.
Ik durf het niet met zekerheid te zeggen, maar volgens mij heb ik dit keer sommige cactussen gefotografeerd die ik in 2001 ook al voor de lens heb gehad. Mocht dat bij verificatie thuis niet zo zijn, dan werkt mijn fantasie in elk geval wel nog op volle toeren.
Ribben en resten
Jammer dat de ’rest areas’ een heel ander uiterlijk hebben gekregen. Tijdens ons eerste bezoek waren de overkappingen van deze rest areas gemaakt van de door de zon gebleekte schilderachtige ribben en resten van dode Saguaros, Ocotillos en Organ Pipe cactussen.
De betonnen picknick tafels en bankjes hebben tegenwoordig een golfplaten dak gekregen en de natuurlijke charme is helemaal weg. Gelukkig zijn de oude, versleten, zieke, dode en halfdode cactussen niet verdwenen. In welke staat of toestand we ze dan ook aantreffen … ze hóren hier, ze maken deel uit van deze magische wildernis.
In onderstaande foto’s van mijn schilderijen is duidelijk te zien voor hoeveel inspiratie deze ribben en resten hebben gezorgd. Maar wat zat er nog meer achter deze inspiratie?
Dat vertel ik in OMWEGEN-46.
Doe open
In een kasteel van
gebroken ribben en raspende adem
woont de vrees die nooit gevochten heeft
Nooit vergoten tranen
zoeken hun weg door diepe kloven
waar zuren de bescherming aangevreten hebben
Roestend prikkeldraad is gebroken en
scheurt de velden van verdediging open en uiteen
voor een doorgang naar het hart
*) OMWEGEN-46 verschijnt op 1 december 2025.
Een paar Omwegen-verhalen geleden maakte ik al melding van mijn voornemen om weer een schrijfpauze in te lassen.
OMWEGEN-46 wordt de laatste aflevering in deze serie Omwegen-verhalen.

